Sonoy

De Sonoy is een opduwer. Opduwers zijn kleine gemotoriseerde bootjes welke gebruikt werden om tjalken, klippers en andere zeilende boten te duwen en te slepen. De opduwers werden gebouwd van 1910 tot 1940 in de periode dat de zeilende binnenvaart gemotoriseerd werd. Veel schippers konden met hun zeilschip, bijgestaan door een opduwer nog concurreren met motorschepen, treinen en vrachtauto’s.

Een opduwer werd aan de achterkant van het op te duwen schip vastgelegd en kon zo het binnenvaartschip door kanalen en dergelijke duwen. Vaak werd het roer en gas bediend vanaf het binnenvaartschip of door bijvoorbeeld de kinderen van de schipper. Er waren 2 soorten opduwers: vletjes waar een motor ingebouwd werd en speciaal gebouwde met een ronde kont en steil steventje.

De sonoy is een van de grotere opduwers met ronde kont en steile steven. Ze is nog volledig geklonken. Vermoedelijk is ze rond 1925 gebouwd, waar ze is niet bekend. De Sonoy is rond 1950 in het bezit gekomen bij De Geuzen. Haar naam was toen nog de Anja. Bij de Geuzen is ze omgedoopt tot Sonoy, vernoemd naar de geus Diederik van Sonoy (1529 – 1597).

De Sonoy wordt bij de Geuzen gebruikt om de lelievletten van en naar de Foppeplas te slepen. Ze kan ook de Cornelia bijstaan met manoeuvreren. Verder is het een geweldig bootje om te leren hoe je met een motorboot moet varen en om het klein vaarbewijs te halen.

Alle boten zijn vernoemd naar water-geuzen:

Sonoy
Vernoemd naar: Diederik van Sonoy (1529 - 1597)
Lengte: 6 meter
Breedte: 2 meter
Diepgang: 1 meter

Laadvermogen: n.v.t.
Motorvermogen:
Rompmateriaal: geklonken ijzer